een chinees wonder
Het graf van de eerste keizer van China, de in 210 v. Chr. Gestorven Tj’in Sje hwang-ti, ligt tussen de berg Li en het hedendaagse Xian. Volgens een beschrijving van de historicus Sima Qian, uit de eerste eeuw v. Chr., was het ontwerp van het graf bedoeld als een ondergrondse weergave van het heelal. De ondergrondse kamer waar de grafkist stond, was gevuld met miniaturen van paleizen, torens en andere gebouwen, maar ook zeldzame rariteiten. Stromen kwikzilver, die mechanisch in beweging werden gehouden, beelden de Gele Rivier en de Jangstekiang uit, de grootste waterwegen van China. Op het plafond stonden de sterrenbeelden, terwijl beneden de aarde werd weergegeven. Er branden de hele tijd lampen met walvistraan, en automatische kruisbogen moesten het graf tegen plunderaars beschermen. Sima Qian noemde (raar genoeg) in zijn beschrijving niet het enorme terracotta-leger, waarvan we tot op heden diep onder de indruk van zijn. De grasheuvel, die oorspronkelijk 115m hoog was en begroeid met gras en bomen, werd door dubbele muren van 10-12m dik omringd. Op de hoeken en bij de poorten stonden torens. Binnen deze muren stonden tempels, zalen en bestuurlijke gebouwen. Het geheel was meer dan 2,5km2 groot en er zijn meer dan vierhonderd putten met grafgeschenken opgegraven. Behalve het gigantische leger van terracotta vond men ook een paar prachtige bronzen strijdwagens, elk met vier paarden en een menner, een grote stalpunt en een paar honderd kleinere gaten met knielende gestalten naast levend begraven paarden of dierengeraamten, die de keizerlijke stallen en dierenverblijven voorstelden.
Sybren
het Chinees boeddhisme
Rond de eerste eeuw n.C. kwam het boeddhisme in China. De boeddhistische ideeën kwamen het land binnen via de zogenaamde ‘Zijderoute’. De zijderoute was een netwerk van karavaanroutes door Centraal-Azië. Langs deze route werd gedurende vele eeuwen handel gedreven tussen China en het oosten van Azië. Met aan de ene kant en het Midden-Oosten en aan de andere kant het Middellandse Zeegebied. Eeuwenlang, van de klassieke oudheid tot de late middeleeuwen, was de zijderoute de belangrijkste verbinding tussen oost en west.
Chinese boeddhistische scholen
In de vijfde en zesde eeuw verscheen een aantal belangrijke boeddhistische scholen, waarvan de meeste in de Mahayana-richting (één van de hoofdstromingen in het boeddhisme). Een belangrijke school was bijvoorbeeld, San-lun (de ‘Drie Verhandelingen-school’). Hoewel de school niet meer als sekte bestaat, heeft het wel invloed gehad op de meer Chinese stromingen van het boeddhisme; tiantai, huayan, chan en qingdu. Sommige tempels in het huidige China hebben nog steeds banden met de school, zoals de Jiaxiang-tempel in Shaoxing.
het boeddhisme nu in China
Als sinds de dertiende eeuw gaat het boeddhisme in China achteruit. Boeddhistische opstanden, zoals die van de sekte Witte Lotus (1795-1804), werden door de keizer met geweld neergeslagen. Het boeddhisme heeft de Culturele Revolutie overleefd. In 1953 werd de Chinese Boeddhistische Associatie gesticht. Alleen om de boeddhistische activiteiten in de gaten te kunnen houden.
Sybren
Maak jouw eigen website met JouwWeb